donderdag 4 mei 2017

Rik Wouters: nog enkele werken - 3

Om af te sluiten: foto's van enkele schilderijen, zonder meer.


Portret van Rik (zonder hoed), 1911


De strijkster, 1912


Landschap te Bosvoorde, 1914


Open venster op Bosvoorde, 1914


Vrouw in het wit, 1915


Vrouw aan het venster, 1915


Zelfportret met de zwarte ooglap, 1915

woensdag 3 mei 2017

Rik Wouters: schilderijen - 2

Nog een schilderij waar ik weg van ben: 'Het ravijn B', olieverf op doek, uit 1913. Het bedoelde ravijn ligt in het midden van een bos: vier lange bladerloze stammen breken de eentonigheid, en tussen al dat verticalisme zie je op de achtergrond een brug waarop een ruiter op een wit paard, heel klein in dat weelderige woud. Als ik voor dit doek sta, wordt mijn aandacht daardoor onmiddellijk getrokken: dat is een oplichtend punt, nog versterkt door de witte stam ernaast. Verder kleuren genoeg: veel tinten van groen, licht en donkerder bruin, rood ook. De kleine ruiter, bijna precies in het midden, schept meteen ook veel diepte: ondanks alle begroeiing vind ik dit toch een weids schilderij: ik hou er wel van, dat zal duidelijk zijn.


Het ravijn B, olieverf op doek, 1913


Idem, detail

Als je in detail gaat, kun je zien met hoe weinig middelen ruiter en paard geschilderd zijn: schetsmatig zijn ze weergegeven, het paard een paar witte vlekken met een lichte, zwarte contour, de ruiter een streepje zwart, een witte rijbroek en een bruin schoentje. Of het om een man of een vrouw gaat, is niet eens belangrijk. Het is een nietig schepseltje in dat alles dominerende woud.


Idem, detail

Bij wijze van spreken: een rood bad. Het heet 'De gordijnen', uit 1913 is het. Nel diende weer als model, maar in dit geval is niet zij, maar haar rood-witte kamerjas van belang: die past natuurlijk het best bij de gordijnen aan weerskanten, en daar is het Wouters om te doen. Een overmaat van rood vermijdt hij door de achtergrond: die is lichtgeel met ook tinten van blauw.


De gordijnen, olieverf op doek, 1913

Een portret van 'Mevrouw Moreu-Wouters' - zijn zuster veronderstel ik - doet me nogal aan Henri Matisse denken: door de lichtinval, de tekening op het gordijn rechts, de tekening op het behang. Wouters en Matisse worden wel eens vaker als fauvisten beschouwd, maar volgens mij ontsnappen ze aan dit etiket: voor mij zijn ze veel meer dan dat.


Portret van mevrouw Moreau-Wouters, olieverf op doek, 1912

Een zelfportret toont de schilder in meer dan goeden doen, weer uit het jaar 1913. In dat jaar heeft hij echt veel geproduceerd: het was de tijd van de doorbraak, van het eerste succes. En dat blijkt uit dit werk: breed gerande hoed, sigaar, sjaaltje, deftig zwart jasje, en in goede gezondheid nog. Geen spoor van zijn tragische ziekte die twee jaar later in alle hevigheid toe zal slaan: dit is de geslaagde kunstenaar. Overigens: niet alleen in 1913 heeft Wouters hard gewerkt: het is verbazend hoeveel hij in zijn korte leven afgeleverd heeft. Wouters is 36 geworden, ongeveer zo oud als Mozart, nog zo'n productieveling op korte tijd, maar dan wel in een ander medium, dat zal klaar zijn.

Zelfportret met sigaar, 1913

Om met iets totaal anders af te sluiten: 'Nachtmerrie/Oorlog', aquarel op papier, 1914. Wouters suggereert een dreigend landschap: net boven wat je als horizon kan zien, vliegen zwarte kraaien. Voor de rest wanorde, chaos: bruin en donkerder bruin,  grijs en zwart, vuil roze, paars: je ziet geen vuur of vlammen, maar de hemel lijkt wel in brand te staan. Het werk komt wel binnen, moet ik zeggen. De kunstenaar zou de oorlog niet overleven: kort na zijn oproep werd hij gedemobiliseerd wegens ziekte, bracht anderhalf jaar in Nederland door, waar hij overigens nog gewerkt heeft, maar in 1916 kwam zijn leven helaas veel te vroeg ten einde.

Nachtmerrie/Oorlog, aquarel op papier, 1914

Men zou zich kunnen afvragen wat hij nog had kunnen maken als hij langer geleefd had, maar dat is onzinnig: hij heeft niet langer geleefd, en de rest is speculatie. Ondertussen kunnen wel volop genieten van wat hij ons nagelaten heeft, en dat is niet gering, om het met een understatement te zeggen: naar Brussel gaan kijken, zou ik zeggen, wil je het niet missen. Zeker doen!

dinsdag 2 mei 2017

Rik Wouters: schilderijen - 1

De beelden van Rik Wouters zijn terecht zeer bekend, zijn etsen zijn boeiend en verraden invloed van Ensor, maar zijn faam heeft hij toch in de eerste plaats te danken aan zijn schilderwerk. En men heeft niet op een schilderij meer of minder gekeken, op deze retrospectieve: ze zijn legio, en meer dan gewoon, buitengewoon moeten we dan zeggen.

Een werk dat ik ooit al wel gezien had, maar waar ik geen echte herinnering meer aan had, is 'Appels en kunstbloemen B (Hulde aan Cézanne)', olieverf op doek, uit 1913. Een lange titel is het, en Nel staat er niet eens op, en toch is het voor mij ieen doek dat niet 'Wouterser' kan zijn. Hoe belangrijk het spel van de kleuren hier is: een schitterend geel gordijn met blauwe tekeningen, een bezadigd rode tegenhanger aan de linkerzijde, centraal een blauwe spiegel met ernaast een donkerbruine wijnfles,de kunstbloemen links geel en groen, een vaas in Delfts blauw, rode appels, ook in schakeringen van geel op een wit tafellaken op de voorgrond, met nog een blauwe leuning van een stoel daarvoor: het is een uitbarsting, een 'uitspatting zonder end' van kleuren. Heel vrolijk word je van dit schilderij, dat wil zeggen, ik toch. Die kom je nog wel tegen op deze tentoonstelling, die schitterende, blije kleuren: ondanks zijn initiële moeilijke omstandigheden moet Wouters een zeer optimistische persoonlijkheid geweest zijn: 'Zeg maar ja tegen het leven' schijnt hij uit te schreeuwen!

Appels en kunstbloemen B (Hulde aan Cézanne), olieverf op doek, 1913

Die 'Hulde aan Cézanne' ligt op de voorgrond: de appels. Als je niet te nauw kijkt zou je nog kunnen denken dat dit detail een echte Cézanne' is, maar die schilderde veel minder spontaan, en dat is dit detail toch wel. Maar de Fransman is hier duidelijk aanwezig.


Idem, detail

Nog zo'n 'uitspatting zonder end' is 'Herfst', olieverf op doek, ook uit 1913. Het kan niet anders of dat jaar moet bijzonder gelukkig geweest zijn voor Rik en Nel: en inderdaad, hij begon toen door te breken en succes te krijgen. De vrouw staat buiten, voor het open venster, de appelen van Cézanne liggen voor haar in een schaal, binnen op de vensterbank. Zij draagt een gele jurk, een blauwe sjaal, je ziet ook haar witte kraagje: geel-blauw is toevallig of niet mijn favoriete kleurencombinatie. De gordijnen links en rechts en het open venster geven het landschap in de achtergrond een magistrale diepte: mooi trucje van Wouters. En in dat landschap is de kleurenrijkdom weer overrompelend.


Herfst, olieverf op doek, 1913

Dat zie je nog beter op detailfoto's: in het open raam is het geel en blauw van de vrouw mooi weerspiegeld, achter haar zie je roodbruine herfstkleuren. Voor haar de appels: een combinatie van rood en blauw, met toetsen van geel.


Herfst, detail

In de achtergrond zie je een ander aspect van Cézanne: de daken en de huizen als kleurvlakken: je ziet de abstractie beginnen.


Herfst, detail

En boven die daken de kleuren van een beginnende herfst: groenig geel en rood. Je kan naar dit schilderij blijven kijken, zo rijk is het, je vindt er altijd wel iets nieuws in. Deze stralende herfstdag ademt ook weer geluk uit, het is nog een Wouters om blij van te worden. Een foto van dit werk heb ik ooit gebruikt voor een nieuwjaarskaart: als je beste wensen wil mededelen, is Wouters een stevige steun bij de communicatie.


Herfst, detail

Nog eentje om het af te leren, een schilderij dat ik ken onder de titel 'De metselaars'. Diepte door aan de rechterkant een gordijn, de dagkant van een venster en een hoog wit huis, lager gesitueerd (in de diepte) weer de kleurvlakken van de daken en twee metselaars aan het werk: op het rechtse huis liggen de welfsels er al op,  links is dat nog niet helemaal af: je ziet de balken van de zoldering nog liggen. Plaats van gebeuren is allicht weer Bosvoorde: in de achtergrond is de natuur duidelijk te zien: bossen en een meertje weerspiegelen een wit huis: en zo zie dat het centrale deel van het doek veel licht heeft, en dat is wat schilders altijd willen vatten.


Het open venster (De metselaars), olie op doek, 1914

Rik Wouters in het 'Museum voor Schone Kunsten' in Brussel: een belevenis zonder weerga! Warm aanbevolen.

maandag 1 mei 2017

Rik Wouters: etsen

Over zijn etsen beginnen met een Wouters' beeld van Ensor: op het eerste gezicht eigenaardig, maar bij nader toezien eerder logisch. In 1913 was de Oostendenaar allang erkend als groot, vernieuwend kunstenaar; 53 was hij toen. Wouters was 20 jaar jonger, en begon best wat naam te krijgen. Om te poseren kwam Ensor voor zijn beeld naar Bosvoorde, helemaal van Oostende: dat wil dus zeggen dat hij een behoorlijk hoge pet op had van zijn jonge collega-kunstenaar, en dat die laatste zijn oudere kunstbroeder zeer bewonderde. Hoe verguld moet Wouters niet geweest zijn met de moeite die zijn oudere kunstbroeder zich getroostte! Een mooi moment in zijn carrière ook: erkenning krijgen van een gevestigde waarde!



Ensor, 1913

Wouters heeft zeker de etsen van Ensor gezien, en hij dan weer die van Wouters. In 'De wolken' zie ik een hemel die uit een ets van Ensor zou kunnen gestapt zijn: de wolkenformaties en de zonnestralen komen me zeer bekend voor. De zee is natuurlijk niet te zien, maar achter de bomenrij en het kerkje daarachter laat Wouters toch een zeer weidse hemel zien.


De wolken,s.d., bewaard in het Prentenkabinet van het Plantin-Moretus Museum


De wolken, 1909 (Prentenkabinet Plantin-Moretus)

'De grote kermis' is een dorpsgezicht dat het vrolijke, volkse leven in het toen
nog veel kleinere Bosvoorde weergeeft: volksleven was Ensor evenmin vreemd.


De grote kermis

Nog een weergave van het volksleven: 'Karnaval in Bosvoorde' ('karnaval' met een 'k' volgens Rik Wouters): de gewone mens aan het feesten. De straatlantaarn met het contrast licht-donker zeer fel: de ets wordt daardoor zeer aantrekkelijk en intrigerend.


Karnaval in Bosvoorde, s.d., Prentenkaninet Plantin-Moretus

En vol staan die etsen van Wouters: 'De kruidenierswinkel' puilt uit, geen plaatsje is onbezet. Rechts helpt de kruidenierster een klein meisje, maar erg vallen die twee niet op: de nadruk ligt op de volle rijkdom van wat er in de winkel allemaal te koop is. Dit is natuurlijk van voor de Eerste Wereldoorlog zijn, maar van schaarste is hier voorlopig nog helemaal geen sprake.


De kruidenierswinkel, Prentenkaninet Plantin-Moretus.

De etsen - kleine meesterwerken zijn het - vormen een aspect van het werk van Rik Wouters dat ik nog niet kende: je leert al eens wat bij op een goede tentoonstelling. Wouters: schilder, beeldhouwer, etser: het plaatje wordt vollediger.

donderdag 27 april 2017

Rik Wouters, A Retrospective - Beelden

Rik Wouters is een van mijn geliefkoosde schilders: ik heb al meermaals tentoonstellingen van zijn werk gezien, o.a. in het Schepenhuis in Mechelen, een jaar of vier geleden. Nu is loopt er in de 'Koninklijke Musea voor Schone Kunsten' in Brussel 'A Retrospective': altijd leuk, dat Engels, het bespaart drukinkt voor de landstalen en 'eigen haard is goud waard'. Maar dat is detailkritiek: het is een overrompelende presentatie van zijn werk: talrijke schilderijen waar de kleuren van afspatten, etsen, en ook prachtige beelden.

Het zotte geweld (1912)

Het bekendste van al zijn beelden is ongetwijfeld 'Het zotte geweld'. Het blijkt geïnspireerd te zijn door de choreografe/danseres Isadora Duncan, beroemd in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Wouters blijkt vier jaar aan dit 'Zotte geweld' gewerkt te hebben, van 1908 tot 1912. Het is een explosie van levensvreugde, het is vitalisme in materie uitgebeeld. In alle richtingen vliegt de euforie: rechterarm naar boven, de andere arm uitgestrekt naar links, linkerbeen opgeheven naar rechts, heel het lichaam in een onwaarschijnlijke curve - hoe blijft het beeld in hemelsnaam staan? Wat hij ermee wilde uitdrukken, spat er in alle richtingen van af. Nels hoofd - want zij stond model - maakt het allemaal nog sterker, bekroont als het ware het beeld: het gesloten ogen schreeuwt zij een oerkreet van redeloos geluk de wereld in: een toppunt van geluk zie je hier. Uit de audiogids: 'In 1942 omschrijft een criticus het beeld treffend als "het vastleggen van het ogenblikkelijke van de uitgelatenheid in een bacchantengestalte, verend op een teen, het rechterbeen hoog geworpen, de tors achterover en de vochtige mond in het lachende gelaat schaterend van genot". Die had het duidelijk heel goed gevoeld.








Oerkreet van redeloos geluk

Dromerij (1906)

Minder bekend en een heel ander gevoel uitdrukkend is 'Dromerij'; 'Rèverie' voel ik als titel geschikter aan, maar dat zal zeker aan mij liggen. Eigenlijk moest dit een beeld in danshouding worden, maar Nel was wat ziekjes, en kon de pose niet volhouden. Die dansende sculptuur wordt een paar jaren later dan 'Het zotte geweld'. Maar nu krijg je een naakt in een elegante houding, vind ik, hoewel de vrouw haar armen los achter het lichaam laat hangen: een zekere nonchalance spreekt daar uit. En ze glimlacht lichtjes: haar dagdroom schijnt haar wel te bevallen. Wouters is de kunstenaar van het geluk, kun je wel stellen. En of je dit beeld nu van rechts of van links fotografeert, blijft even aantrekkelijk. Een zeer minzame vrouw staat daar.














Huiselijke zorgen (1913)

Een ander zeer bekend meesterwerk is 'Huiselijke zorgen'. Het is al indrukwekkend door zijn afmetingen: meer dan 2,20 meter hoog benadrukken hoe groot de zorgen wel zijn. Er zit best wel wat leven in het beeld: kijk alleen maar naar de bewegende plooien van de lange rok. Als je het frontaal bekijkt lijkt het de structuur van een langgerekte 's' te hebben. Het hoofd neigt naar links en naar voren, en Nel ziet er zeer ontmoedigd uit, ze kijkt niet eens de wereld is, ze is totaal terneergeslagen, ze moet er geen verhaaltje meer bij vertellen, het beeld zegt het allemaal.





Wouters was een uitstekend beeldhouwer, zonder twijfel: daar overtuigen de beelden op deze tentoonstelling je wel van, als je dat al niet al lang wist. Maar deze retrospectieve biedt nog veel en veel meer: wouters had meer pijlen op zijn boog.

dinsdag 25 april 2017

John Williams: Augustus

Ik ben John Williams (1922-1994) aan het lezen, de Amerikaanse vergeten auteur die een paar jaar geleden 'herontdekt' werd, en die wel wat furore maakt. Ik ben begonnen met zijn roman 'Stoner', over het leven onder professoren aan een universiteit in Missouri en over een zeer koud huwelijk; het speelt zich af in de jaren 20 van de vorige eeuw. Een tragische vertelling, waarover hij eerder zakelijk bericht. In de boekhandel kostte mijn exemplaar € 12.5: daarvoor kun je het niet laten liggen.


John Williams

Uit de bibliotheek heb ik vervolgens 'Augustus' meegenomen, over de eerste keizer van Rome. Williams probeert een beeld te schetsen van de man, meestal Octavius genoemd, in een briefroman, met fragmenten uit het dagboek van Augustus' dochter Julia, en met uittreksels uit werk van de geschiedschrijver Titus Livius. Al deze geschriften komen uit de pen van Williams: we bevinden ons in Rome van het keizerschap van Augustus, maar het is geen historische studie: het is een fictief verhaal, over wat kan geweest zijn: 'literatuur liegt de waarheid' luidt het gezegde, en de roman komt inderdaad zeer geloofwaardig over.

En dan lees je dus brieven van beroemde personen uit de tijd vlak voor en vlak na het begin van onze tijdrekening: Maecenas en Horatius zijn daarbij, in het begin Julius Caesar, later Marcus Antonius en Cleopatra, Cicero en Brutus, Livia, de vrouw van Octavius, en de beste vrienden van de keizer: de top van de toenmalige politiek aan het woord. Je leest over moorden en zelfmoorden op bevel, kuiperijen in de senaat, want voor het streven van macht moet veel wijken. Onze zeden mogen dan wat verzacht zijn, maar voor macht hebben diegenen die ze willen nog altijd veel over: moraal en ethiek moeten nog altijd wijken als dat zo'n beetje uitkomt.


In het laatste deel van het boek (Boek III) kijkt Octavius op 9 augustus in 14 na Christus terug op zijn leven: hij heeft de wereld veranderd, vindt hij, de wereld zelfs verbeterd, maar hij vraagt zich wel af of het allemaal de moeite waard geweest is: een persoonlijk leven heeft hij niet echt gehad. En tijdens die bespiegelingen komt hij terecht bij de literatuur en de dichters. Een paar citaten:

Over zijn reactie op de moord op Caesar denkt hij nu als 76-jarige (ten tijde van de moord was hij 18-19:

'Hoewel ik het toen misschien niet had kunnen verwoorden, wist ik dat mijn bestemming eenvoudigweg hierop neerkwam: de wereld veranderen. Julius Caesar was aan de macht gekomen in een onvoorstelbare wereld'. (p. 371)


Maar als hij alles voor elkaar gebracht heeft, blijken er toch andere belangrijke dingen te zijn:

'Van de vele dingen die Maecenas voor me heeft gedaan, denk ik nu dat dit de belangrijkste is: ik mocht van hem kennismaken met de dichters met wie hij bevriend was. Dat waren de meest opmerkelijke mannen die ik ooit heb gekend'.
(p. 387)



Maecenas

'Ik kon de dichters vertrouwen omdat ik niet in staat was hun te geven wat ze wilden. Een keizer kan een gewoon mens de middelen geven om de meest buitengewone voorkeur voor luxe te overtreffen; hij kan zoveel macht verlenen dat maar weinig mensen zich ertegen durven verzetten; hij kan een vrijgemaakte slaaf met zoveel eer en glorie overladen dat zelfs een consul zich gedwongen kan voelen hem met eerbied te benaderen. Ooit bood ik Horatius de positie van mijn privésecretaris aan; hij zou er een van de machtigste mannen van Rome door worden, en een van de rijkste, zelfs als hij nauwelijks corrupt was geweest'. (p. 387-389) Maar de dichter weigert die positie.



Horatius

'Ik heb de dichters vermoedelijk bewonderd omdat ze me de meest vrije en dus de meest hartelijke mensen toeschenen, en ik heb altijd een band met hen gevoeld omdat ik in de taken die ze zich stelden enige overeenkomsten heb gezien met de taak die ik me lang geleden heb gesteld
De dichter bezint zich op de chaos van de praktijk, de verwarring van het toeval, en niet te bevatten domein van het mogelijke - dat wil zeggen de wereld waarmee we allemaal zo vertrouwd zijn dat maar weinigen van ons de moeite nemen die te onderzoeken. De uitkomst van deze bezinning is het ontdekken of het verzinnen van een vleugje harmonie en orde, die zijn te isoleren uit de wanorde die ze aan het zicht onttrekken, en het in overeenstemming brengen van die ontdekking met de poëtische wetten die hem uiteindelijk mogelijk maken. Geen generaal zal zijn troepen ooit zorgvuldiger in hun complexe formatie drillen dan de dichter die zijn woorden in de strenge ordening van het metrum dwingt; geen consul zal sluwer met de ene factie een front vormen tegen de andere om zijn doel te bereiken dan de dichter de ene zin tegen een andere afweegt om zijn waarheid te tonen; geen keizer zal de ongelijksoortige delen van de wereld ooit zorgvuldiger tot een geheel smeden dan de dichter de details van zijn gedicht ordent om een andere wereld, misschien werkelijker dan de wereld die we zo onzeker bewonen, in het universum van de geest van de mens te doen ontstaan.' (388-389)


En zo blijkt de keizer ook maar een mens te zijn, die de 'condition humaine'  maar kan aanvaarden door wat de dichter/schrijver/kunstenaar in het universum van de geest schept. Literatuur is een noodzaak zegt Augustus/ John Williams.

John Williams, Augustus, Lebowski Publishers, Amsterdam 2014

maandag 24 april 2017

Plantin-Moretus Museum: de boekenverdieping

Op de eerste verdieping van het Plantin-Moretus Museum vind je de boeken, en af en toe ook een manuscript. Het grootste exploot van Christoffel Plantin is ongetwijfeld de 'Biblia Polyglotta' of 'Biblia Regia'. 'Polyglotta' omdat het een uitgave in vijf talen is: Grieks, Latijn, Aramees, Syrisch en Hebreeuws. En 'Regia' omdat Filips II van Spanje de opdracht gaf om deze bijbel te drukken. Het lijdt geen twijfel dat aan dit werk heel wat topgeleerden te pas zijn gekomen: ik denk aan theologen, maar zeker ook aan filologen: voor vijf talen heb je meer dan een paar bekwame taalkundigen nodig. En zeer deskundige drukkers natuurlijk: elke taal behoefde een ander, eigen lettertype! Druk eens Hebreeuws als je de taal niet kunt lezen: een beetje onvoorstelbaar toch. Het hele project is geresulteerd in acht kloeke delen, vier voor het Oude Testament, een voor Het Nieuwe, en drie delen commentaren en toelichtingen. Maar de firma Plantin bracht alles op vier jaar tijd tot een goed einde: er is van 1568 tot 1572 aan gewerkt. In de eerste zaal zie je het, de acht delen in een glazen kast: triomf van de boekdrukkunst en van de verspreiding van het Woord. Het drukken van bijbels en andere religieuze werken heeft Plantin overigens geen windeieren gelegd: hij stond bekend als humanist, maar die term betekende toen niet wat er nu onder wordt verstaan.


De Biblia Polyglotta

Vlak bij de originele editie ligt een facsimile: de eerste verzen van het boek Genesis in de vertaling van de heilige Hieronymus. 'Caput Primum' begint als volgt: 'In principio creavit Deus caelum et terra. Terra autem erat inanis et vacua'. Zoals we allemaal weten: 'In den beginne schiep God hemel en aarde. Maar de aarde was hol en leeg'. Verder gaat het over de duisternis die over de aarde hangt, maar dan zegt God 'Fiat lux', en het werd licht.


In principio creavit Deus caelum et terra . . .

Een wetenschappelijke uitgave is de 'Plantenatlas' van Rembert Dodoens, uit 1583. 'Plantenatlas' is niet de titel die Dodoens zelf aan zijn werk gegeven heeft: die is in het Latijn natuurlijk, en luidt 'Stirpium historiae pemptades sex'. Nauwkeurig getekende bloemen helpen duidelijk bij het determineren: 'caryophilleus minor' lees ik onder de bloem rechtsboven. Dat is een anjer, en de andere op die bladzijde zijn ook anjers. De tekst op de rechterbladzijde is in het Latijn, toen de taal van de wetenschap. En drukwerk van zeer hoge kwaliteit, dat is we zeker.


Dodoens: tekeningen van en tekst over anjers

Nog een zeer bekend boek: van Lodovico Guicciardini's 'Descrittione di tuti i Paesi Bassi', voor het eerst verschenen in 1567, maar niet bij Plantin, ligt er wel een Franse uitgave uit 1582, en die komt wel van Plantin. 'Description de touts les Pais-Bas' heet het werk dan, en bij neerlandici is dat altijd bekend gebleven. Het was dan ook een boek met enige ambitie: in zijn inleiding of voorwoord schrijft Guicciardini 'In deze beschrijving zal u zonder uw huis te verlaten en in korte tijd, de grote schoonheid, macht en edelheid zien van de zo wonderbaarlijke Nederlanden'. Als deze Italiaan dat al stelde, hij was nota bene van Florence, dan moet er wel wat van aan geweest zijn; hij woonde en leefde wel in Antwerpen. Het boek ligt open op een stadskaart van Leiden: het moet immers niet altijd Antwerpen zijn. Van 1576 tot 1585 werkte Plantin in Leiden, toen hij voor de Spaanse Furie gevlucht was. Na de val van Antwerpen keerde hij kennelijk terug.


De stad Leiden in Holland

Het midden van de vijftiende eeuw was de tijd vlak na de grote ontdekkingsreizen die West-Europa kennis liet maken met onbekende continenten. Die moesten natuurlijk in kaart gebracht worden: Mercator was de grootste geograaf van zijn tijd, maar Abraham Ortelius was ook geen kleine jongen: de twee heren werkten vaak samen, waar bij Ortelius meestal een beroep kon doen op de hulp van de man uit Rupelmonde. Zijn 'Theatrum Orbis Terrarum' verscheen voor het eerst in 1570, maar pas vanaf 1579 werd Plantin de uitgever ervan. Een exemplaar toont een deel van Duitsland: '
Saxoniae Misniae Thuringiae nova exactissima descriptio' noemt Ortelius de kaart, oftewel: 'Uiterst nauwkeurige beschrijving van Saksen, Meissen en Thüringen'. Ze wilden het allemaal heel goed doen, die nieuwe geleerden uit de zestiende eeuw.


Nova exactissima descriptio

Een schilderij op de eerste verdieping valt op: 'Balthasar Moretus op zijn sterfbed', van de hand van Th. Willeboirts Bosschaert, uit 1641. Toen overleed dus de derde ceo van de 'Officina Plantiniana'. Hij was de man die het huis 'De Gulden Passer' uitbreidde, en geld begon uit te geven aan andere doelen dan investeringen in het eigen bedrijf: meer luxe status werden belangrijk, want na bijna honderd jaar was zijn bedrijf een een onderneming van stand, een gevestigde instelling als het ware. Dat zou het blijven tot in de jaren 80 van de negentiende eeuw.


Balthasar Moretus (1574-1641) op zijn sterfbed

Het vernieuwde Plantin-Moretus Museum is zonder meer een must: je vindt er een heel groot deel van onze cultuurgeschiedenis van de zestiende eeuw. Je bent er getuige van de ontwikkeling van de boekdrukkunst, en van de wetenschappen, of het nu geografie, plantkunde, anatomie of taalkunde is. En niet te vergeten: bijbels en andere religieuze boekwerken. Een lust voor oog en geest is het, excellent werelderfgoed, in Antwerpen, maar dat Antwerpen ver overstijgt. Ten overvloede: een museum dat je gezien moet hebben!