vrijdag 6 juni 2014

Zepperen, Sint-Genovevakerk, de muurschilderingen - 2

Vlak tegenover 'Het laatste Oordeel' is het levensverhaal van de Heilige Genoveva van Parijs uitgebeeld, de patroonheilige van deze Limburgse kerk.
Zij leefde in de vijfde eeuw, is geboren in Nanterre, ging na de dood van haar ouders in Parijs bij haar meter wonen en bouwde er als godvruchtige vrouw een imponerende reputatie op. Ze verrichtte behoorlijk wat wonderen, spaarde Parijs van een bestorming door Attilla en de Hunnen, deed de uithongering van de stad door de Franken mislukken: met elf opgeëiste boten slaagde zij erin graan aan te voeren. Niet verwonderlijk dat zij de patrones van Parijs is. Haar ouders zouden eenvoudige lieden geweest zijn, maar een andere tekst stelt dat zij Gallisch edelen waren die meer dan voldoende bezaten. 

In de muurschildering, eigenlijk een beeldverhaal, laat de eerste tekening haar met haar ouders zien: Severus en Gerontia heten ze. Je ziet haar verder bij de bouw van een kerk (Saint-Denis in Parijs), bij een put waar ze een verdronken jongen weer tot leven wekt, en de schepen waarmee ze de stad van de uithongering heeft gered, zijn meermaals afgebeeld.


Het beeldverhaal over Sint Genoveva


Detail: Genoveva zult op een wonderbaarlijke manier een lege kan met water

Dat verhaal moeten de mensen uit de zestiende eeuw echt goed gekend hebben: als je er als eenentwintigste-eeuwer voor staat, weet je niet waarover het precies gaat, maar het internet brengt dan enig licht.

Ook het gewelf tussen de twee muurschilderingen is met ijver aangepakt: je vindt er onder andere de afbeeldingen van de tetramorf, de symbolen van de vier evangelisten, alles ter lering en zielenheil van de gelovigen.


De engel van Mattheus


De gevleugelde stier van Lucas

Kerkinterieurs moeten er voor de Reformatie heel anders uitgezien hebben dan nu: de mensen werden met beelden en schilderingen bij de godsdienstige les gehouden, want lezen konden de meesten niet; de catechismus hing permanent aan de muren. Maar daar is dan de beeldenstorm overheen gekomen, hoewel ik vermoed dat die in Zepperen niet gepasseerd is (de schilderingen werden pas in 1643 aan het oog onttrokken). De getroffen kerken werden nadien opnieuw met schilderijen en barokke altaren gevuld, maar van uitbundige muurschilderingen was geen sprake meer: tijd en mentaliteit waren veranderd, de middeleeuwen waren voorbij.


Maria met kind

Een ander kunstobject is een piëta uit 1480: naast de afbeelding van 'moeder-en-kind' is die van 'Maria met haar dode zoon op haar schoot' in de vijftiende eeuw een geliefkoosd onderwerp. Hier geeft haar gezicht uiting aan een stille, ingehouden droefenis, en de magerte van Christus drukt zijn lijden dan weer treffend uit. De plooienval in de kleding van de maagd verraadt een behoorlijk meesterschap van deze anonieme Vlaamse meester in  de gotiek. Leuk ook dat het beeld polychroom is: dat waren alle houten beelden in die tijd, maar hier zijn de kleuren bewaard. Bovendien, en dat is toch een tour de force, is het uit een stuk eikenhout gehouwen: dat brengt voor de kunstenaar toch heel wat beperkingen mee, maar 'in der Beschränkung zeigt sich der Meister', wat deze man duidelijk waarmaakt.


Anoniem, Piëta uit 1480

De Sint-Genovevakerk van het dorpse Zepperen is een kleine goudmijn: je staat versteld van de laatmiddeleeuwse kunst die je er vindt.  Dat is misschien net te danken aan het feit dat het een eerder ingeslapen plaats was geworden in de eeuwen volgend na 1509. Maar het is de trip ernaartoe dubbel en dik waard, Heel zeker!

zondag 1 juni 2014

Zepperen, Sint-Genovevakerk: de muurschilderingen - 1

De muurschilderingen in de Sint-Genovevakerk komen uit het einde van de vijftiende eeuw, of uit 1509: op twintig jaar komt het niet echt aan. Maar tijdens de Contrareformatie, in 1643, op het einde van de Tachtigjarige Oorlog, werden ze met een laag kalk overschilderd. De tijden waren kennelijk veranderd: kritiek op het instituut moest geweerd worden, het moest allemaal iets verhevener en deugdzamer. Op het einde van de negentiende eeuw, in 1898, ontdekte priester-historicus Polydoor Daniëls de werken: ze waren dan wel geconserveerd, maar er diende toch ook restauratie aan te pas te komen.

Boven het rechterzijaltaar bevindt zich 'Het Laatste Oordeel', een voorstelling van de jongste dag, waarop Christus het oordeel zal vellen over de levenden en de doden. Hij zit centraal op een regenboog, een beeld dat bij de Vlaamse primitieven ook voorkomt, zo bij voorbeeld op Van der Weydens 'Laatste Oordeel' dat in Hôtel Dieu in Beaune hangt: de onbekende kunstenaar moet de traditie gekend hebben. Naast hem twee groepjes heiligen: rechts vrouwen, die talrijker zijn dan de mannen links, maar je kunt erover lezen dat er links gewoon meer plaats was. Helemaal links wordt de 'civitas dei' afgebeeld als een kasteeltoren: je komt er zomaar niet binnen. Sint-Pieter, met de obligate sleutel in zijn rechterhand, leidt met zijn linkerhand de eerste van een rij gelukzaligen de eeuwige zaligheid binnen.


Het Laatste Oordeel

Christus, de Opperrechter, draagt de sporen van de kruisiging: wonden in zijn handen en die van de lanssteek in zijn rechterzij. Oog voor het correcte detail heet dat dan. Achter zijn schouders bevindt zich het zwaard van de rechter: rechts van hem het gevest, boven de verdoemden die naar de hel moeten, links is het een bloeiende tak bloemen geworden, boven de gelukzaligen natuurlijk. De bloemen kunnen volgens mij geen andere dan egelantieren zijn, ook een symbool voor Christus, want hij is degene die genoemd wordt 'In liefde bloeyende'.


De Opperrechter

Er staat ook heel wat Latijnse tekst op de schildering, al dan niet lees- en verstaanbaar. Uit uit een bazuin-met-kronkel van een engel klinkt 'Surgite vos mortui', en boven het zwaard van Christus 'Et venite ad judicium', of in hier passend plechtig Nederlands 'Staat op gij doden, en komt naar het oordeel'. Onder die engel staat de aartsengel Michael, die de zielen weegt. Daar vind je iets grappigs: een duiveltje probeert aan de rechterschaal van de balans de weging te saboteren, maar Michael duwt hem met zijn kruisstaf weg: het oordeel moet en zal correct zijn!


De aartsengel Michael, de zielen wegend

Het meest dramatische deel van het werk zit in de linkerbenedenhoek: de hel en haar verschrikkingen. Ze wordt voorgesteld als een afschuwelijk en enorm draakachtig monster, zijn muil ver opengesperd om alle verdoemden op te kunnen slokken, en voor de zekerheid zit er nog een stevige ketting voor. Net achter de ketting staat een interessant rijtje mensen: een bisschop met mijter, twee koningen met kronen, een pastoor met hoed en een monnik met tonsuur, 'bien etonnés de se trouver ensemble'. Vlak voor de muil zit een naakte vrouw van lichte zeden, belaagd door een duivel, je ziet een zondaar op een pijnbank gegeseld worden en twee andere worden met de kruiwagen aangevoerd. Bijzonder levendig en kritisch voor kerk en samenleving is dit tafereel, om duimen en vingers af te likken! Het zou me niets verwonderen dat de overschildering in de zeventiende eeuw hier haar reden vindt. Het lijkt me dat de kunstenaar ook zeer goed naar miniaturen gekeken moet hebben: die open muil lijkt nog op een grote hoofdletter 'D', en in de ruimte van de letter wordt dan de tekening gemaakt. En de stijl lijkt me ook zeer verwant. De tekst heeft het hier over 'dolor, pena, desolatio plena'. In een vers gezegd: 'Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt.'


De helse verschrikkingen, het inferno.

Toch heeft het iets satirisch en komisch, schopt het tegen zere benen en probeert het heilige huisjes om te duwen: ik kan het wel waarderen. Puik werk vind ik het.