dinsdag 10 mei 2016

Hoogstraten, Bourgondië en Henegouwen

Ik loop wel eens vaker in de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten rond, en nog heb ik ze niet helemaal gezien: geregeld ontdek ik er iets waar ik voordien achteloos aan voorbijgelopen was. Het interieur van de kerk is dan ook bijzonder rijk: voor mezelf noem ik de kerk wel eens het mooiste museum van de Kempen, en daar is geen gebrek aan eerbied mee gemoeid, wel integendeel. Zo merkte ik onlangs een glas-in-loodraam op waarop twee edelen uit illo tempore: Jasper van Culemborg en Johanna van Bourgondië. Die laatste kende ik niet, haar echtgenoot ook niet zo dadelijk, maar als ik mijn naam zie, of eentje die er zeer sterk op gelijkt, is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Zij blijkt dan een dochter te zijn, een van de vijf kinderen van Antoon van Bourgondië - die draagt zelfs mijn voornaam! - en dat is dan weer de zogenaamde Groot-bastaard van het gelijknamige hertogdom. Hij was de tweede zoon van Filips de Goede en een van zijn maîtresses, en een halfbroer van Karel de Stoute, de opvolger van Filips de Goede. Der langen Rede kurzer Sinn: het zijn niet zomaar landjonkertjes en kleine baronnetjes die in Hoogstraten destijds de dienst uitmaakten: de lui waar ik het over heb, zijn de top van het hertogdom, hoog verheven boven het middeleeuwse grauw en opulent rijk, dat is ook wel zeker.


Jasper van Culemborg en Johanna van Bourgondië (glas-in-loodraam uit 1975-77, vervaardigd door Jan Willemen naar een ontwerp van Jan Huet)

In het hoogkoor kun je zeven glas-in-loodramen bewonderen, gewijd aan 'De zeven sacramenten'. Het uiterst rechtse (aan de zuidkant) is gewijd aan het Heilig Oliesel, en onderaan zie je dan graaf Antoon de Lalaing en Elisabeth van Culemborg, de eerste graven van Hoogstraten, de kinderen van Jasper en Johanna. Dat Antoon en Elisabeth uitgerekend daar te zien zijn, is geen toeval: zij hebben de kerk laten bouwen als grafkerk, en het Heilig Oliesel komt natuurlijk vlak voor de dood, het is als het ware de verzekering voor de toegang tot de hemelse zaligheid. Die Antoon de Lalaing was ook niet een edelmannetje van dertien in een dozijn: hij was achtereenvolgens kamerheer van Filips de Schone, van de jonge Karel van Luxemburg, die de latere Keizer Karel zou worden. In hetzelfde jaar, 1510, werd hij lid van de Grote Raad in Mechelen, in 1516 werd hij verkozen tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies, in 1522 aangesteld als stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland. In 1518 'promoveerde' de heerlijkheid Hoogstraten tot graafschap, en Antoon en Elisabeth kregen de titel graaf en gravin, 'voor bewezen diensten, van zowel Elisabeth als Antoon'. Overigens was De Lalaing niet echt een Kempenaar, wat al uit zijn naam blijkt: hij was van Henegouwen. En of hij (en zij) met de gewone Hoogstraatse mens veel contact heeft gehad, valt sterk te betwijfelen: als het grafelijke echtpaar in hun kerk de mis wilde bijwonen, reden zij, zeer waarschijnlijk in een koets, vanaf hun kasteel via de Lindendreef  naar hun bestemming (zowat een kilometer), en daar namen ze dan plaats in hun eigen kapel, zodat ze zeker niet met het vulgum plebs in aanraking dienden te komen.


 Antoon de Lalaing en Elisabeth van Culemborg (glas-in-loodraam Van Antonis Evertsoen van Culemborg, 1531-33)

 Ik heb me wel eens vaker afgevraagd hoe een kerk van dergelijke afmetingen en met zo'n toren in een klein Kempisch dorp terecht kon komen, want al was Hoogstraten al vanaf 1208 'stad en vrijheid', ook in het begin van de zestiende eeuw was het niet veel meer dan een halte- en overnachtingsplaats op de grote weg tussen 's Hertogenbosch en Antwerpen of Leuven. Maar als je dan al die hoge functies van de eerste graaf op een rijtje ziet, en de verloning die daar  ongetwijfeld mee samenhing, dan begrijp je wel dat dit dit exploot voor hen echt mogelijk was. Overigens was het vooral de gravin die de kosten droeg. Ze wilde zelfs een vijfbeukige kerk laten bouwen, maar dat bleek dan haar middelen te overstijgen, zodat ze het maar bij drie beuken heeft gehouden.


Het wapenschild van Antoon en Elisabeth op hun graftombe

De kerk heeft heeft inmiddels toch al vijf eeuwen overleefd: zelfs de ontploffing van de toren en verdere vernietiging op het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft haar niet blijvend klein gekregen. Als een feniks is zij uit haar as herrezen. Hoewel, 'feniks': dat komt hier uit een verkeerde mythologie, denk ik dan, totdat mij duidelijk wordt dat deze vogel vaak als symbool voor Christus gebruikt wordt. Aanpassen is een christelijke deugd.

Ondertussen is het wel zo dat iedere Hoogstratenaar trots is op zijn kerk en toren, en meer Kempenaars met hen. Terecht, zeg ik dan maar: ze stelt wel wat voor, de Sint-Katharinakerk.


104,70 meter hoog


De toren van het Hof van Hoogstraten, 16de-eeuwse residentie van Antoon de Lalaing

Bronnen, partim:
Wikipedia
De Sint-Katharinakerk van Hoogstraten, uitgave van de Koninklijke VVV Hoogstraten vzw, 2008


Geen opmerkingen: